Lees al het laatste nieuws

Drie Belgen op vier wonen in eigen huis

De Belg heeft een spreekwoordelijke baksteen in zijn maag, maar is daarmee geen uitzondering in de Europese Unie. Dat blijkt uit cijfers die Eurostat samenbracht. In al onze buurlanden is het echter minder courant dan bij ons om je woning zelf te bezitten.

Van de Belgische autochtone bevolking tussen 20 en 64 jaar woont 75,5 procent in een woning die hij of zij zelf bezit. Dat is iets meer dan het gemiddelde van 71,3 procent. In een hele rist landen is het percentage dat een woning huurt (de gele lijn op de grafiek) nog kleiner dan bij ons. De cijfers die Eurostat nu bundelt, dateren uit 2013.
In de groep van 25 tot 54 jaar leeft in België 73,5 procent in een eigen woning, bij de 55- tot 64-jarigen loopt dat zelfs op tot 82,1 procent.
 
Opvallend is wel dat het percentage huurders wel degelijk hoger ligt in onze buurlanden, en met name in Duitsland waar het zelfs net boven 50 procent uitkomt. In deze hoek van West-Europa hebben dus vooral de Belgen - samen met de Luxemburgers - een baksteen in de maag.
 
Eurostat vergelijkt het bezit van de eigen woning bij de 'nationals' - mensen met de nationaliteit van het onderzochte land - met dat van mensen met een andere nationaliteit. Gemiddeld ligt het percentage huurders veel hoger bij deze laatste groep. Van de EU-burgers die niet in het land van herkomst wonen, huurt ruim 61 procent. Bij de inwoners met een nationaliteit van buiten de EU, huurt meer dan 72 procent.
 


Ruim behuisd

De cijfers van Eurostat bevestigen ook het beeld dat de Belgen doorgaans relatief ruim behuisd zijn. In ons land woont slechts 1 procent van de 'nationals' met te veel personen in te weinig ruimtes, geen enkel land haalt een lager percentage. Gemiddeld in Europa is dat 17,3 procent. Eurostat rekent aldus om te bepalen hoeveel woonkamers je zou moeten hebben om niet te benepen te wonen: ééntje voor het gezin, één per koppel dat er woont, één per alleenstaande ouder dan 18 jaar die er woont, één per twee tieners van hetzelfde geslacht tussen 12 en 17 jaar, één per tiener tussen 12 en 17 die niet in de vorige groep past, en één per twee kinderen onder 12 jaar.
Met slechts 5 procent van de bevolking met niet-Belgische nationaliteit die volgens deze norm te krap behuisd is, scoort ons land ook voor de inwoners van buitenlandse afkomst goed op dit criterium.
 

(Te) hoge kosten

Gemiddeld vindt Eurostat in Europa 10 procent 'nationals' die kampen met te hoge woonkosten. Daarbij wordt 'te hoog' gedefinieerd als meer dan 40 procent van het beschikbare inkomen dat opgaat aan de kosten verbonden met de woning (na verrekening van een eventuele woningsubsidie). Bij de inwoners met andere nationaliteiten kampt bijna één op de vier met hoge woonkosten.
Hier zit België met 8 procent 'nationals' onder het Europese gemiddelde. Wat de ons omringende landen betreft, ligt het cijfer nog lager in het VK (7,7%), Frankrijk (5,9%) en Luxemburg (3,5%). Daarentegen is het duidelijk hoger in Duitsland (15,9%) en Nederland, waar 17,7 procent een hoog percentage van het beschikbare inkomen aan de woonkosten besteedt.


Bron: Netto

U gebruikt een verouderde browser. Upgrade nu naar een moderne browser om ten volle gebruik te kunnen maken van alle functies van onze site: [ X ]